Woongaard


Uitgangspunten:

  • Urgentie is alleen geldig in het aanbodmodel tenzij:
  • Een woning expliciet is uitgesloten voor urgenten.
  • In een experiment binnen het Woonwaaiermodel expliciet de urgentieregeling wordt toegepast.
  • Alleen economisch en/of maatschappelijk gebondenen aan de regio die tevens woonachtig zijn in de regio, kunnen in aanmerking komen voor een urgentie. Mensen woonachtig buiten het werkgebied kunnen geen urgentie aanvragen.
  • Een ingezetene is iemand die langer dan één jaar ingeschreven is in het bevolkingsregister van de betreffende gemeente
     

Definitie urgentie
Er is sprake van urgentie als een houdhouden buiten de eigen verantwoordelijkheid om in een noodsituatie verkeert of bij ernstige bedreiging van de lichamelijke en/of psycho-sociale gezondheid. Verhuizen op korte termijn is noodzakelijk. De situatie kenmerkt zich door het plotselinge karakter. De woningzoekende kan bovendien zelf geen oplossing vinden voor zijn of haar situatie.

Eigen verantwoordelijkheid

  • Er mag geen sprake zijn van schuld of nalatigheid
  • De noodsituatie was niet te voorzien / anticipatie was niet reëel mogelijk.
  • Maatregelen, bijvoorbeeld inschrijving als woningzoekende zodat inmiddels voldoende wachttijd zou zijn opgebouwd, waren niet tijdig te nemen.

Noodsituatie

  • Het probleem moet een directe relatie hebben met de woning of woonomgeving en een andere woning moet dan ook een oplossing bieden.
  • De huidige woning is niet geschikt (te maken) om het probleem waarin het huishouden verkeert te verhelpen.
  • De noodsituatie moet zodanig zijn dat het onverantwoord is om deze langer dan zes maanden te laten voortduren.
  • De verhuizing moet een bijdrage leveren aan de oplossing van het probleem waarvoor urgentie wordt aangevraagd.

 

Iemand krijgt géén urgentie in de volgende situaties:

  1. Indien er sprake is van eigen schuld of nalatigheid.
  2. Het probleem van het huishuiden kan worden opgelost door het geschikt maken van de huidige woning.
  3. Een andere woning niet de oplossing is van het probleem.
  4. Financiële redenen.
  5. Bij een echtscheiding/verbroken relatie met en zonder kinderen.
  6. Slechte ouder-kindrelatie.
  7. Een te kleine woonruimte.
  8. Een technische niet adequate woning/achterstallig onderhoud.
  9. Geen optimale werk- of studeerruimte.
  10. Een conflict met de buren.
  11. Een conflict tussen bewoner en de buurt.
  12. Heimwee naar de oude buurt.
  13. Achteruitgang buurt.
  14. Tijdelijke overlast als gevolg van verbouwing/bouwactiviteiten.
  15. Lawaaioverlast directe woonomgeving.
  16. Huuropzegging door verhuurder.
  17. Het zelf opzeggen van de huur zonder in het bezit te zijn van vervangende woonuimte.
  18. Gezin had zelfstandige woonruimte, maar is vervolgens gaan inwonen.
  19. Trouwen zonder zelfstandige woonruimte.
  20. Zwanger: inwonend of geen zelfstandige woonruimte.
  21. Iemand laten inwonen (te weinig vertrekken).
  22. Kind wil/kan niet meeverhuizen met ouders.
  23. Gezinshereniging eerste of tweede generatie.
  24. Tuinonderhoud moeilijk/onmogelijk
  25. Huishouden moeilijk/onmogelijk
  26. Onderhoud huidige woning moeilijk/onmogelijk

 

Uitzondering is de hardheidsclausule

Van voorgaande kan in slechts incidentele gevallen worden afgeweken indien een negatieve beslissing tot onrechtvaardige hardheid zou leiden.